“Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

Het is een van die uitspraken van Johan Cruijff die ogenschijnlijk simpel zijn, maar bij nadere beschouwing pijnlijk raak. Zeker als je hem legt naast de huidige staat van de warmtetransitie in de bestaande bebouwde omgeving.
Want laten we eerlijk zijn: iedereen ziet inmiddels dat warmtenetten een belangrijke rol kunnen spelen in de verduurzaming van onze gebouwde omgeving. Maar echt doorhebben hoe complex die ontwikkeling is, blijkt een ander verhaal. De voortgang is traag, soms frustrerend traag, en dat is zelden het gevolg van onwil alleen.

Technisch gezien is de puzzel al ingewikkeld genoeg. Beschikbare en betrouwbare warmtebronnen zijn niet overal vanzelfsprekend, netten moeten worden ingepast in dichtbebouwde wijken en de timing van aanleg moet kloppen met andere werkzaamheden. Daarbovenop komt de investerings- en actiebereidheid van inwoners. Subsidies zijn er, maar isoleren kost tijd, geld en vertrouwen in een toekomst die voor veel mensen nog abstract voelt. Niet iedereen staat te springen om nú te investeren voor een rendement dat pas jaren later voelbaar wordt.

Ook gemeenten zitten niet in een comfortabele positie. Warmtenetten worden al snel gezien als duur, risicovol en bestuurlijk gevoelig. De financiële kaders zijn scherp, de maatschappelijke verwachtingen hoog. En ondertussen vraagt de warmtetransitie om intensieve samenwerking met woningcorporaties, netbeheerders, warmtebedrijven, bewonersinitiatieven en marktpartijen — elk met eigen belangen, tempo en taal. Succesvol samenwerken is geen vanzelfsprekendheid, maar een vak op zich.

Daar komt bij dat veel gemeentelijke organisaties nog worstelen met integraal en opgavegericht werken. De warmtetransitie raakt ruimtelijke ordening, sociaal beleid, financiën, communicatie en duurzaamheid tegelijk. In de praktijk blijken die werelden elkaar niet altijd vanzelf te vinden, hoe groot de goede bedoelingen ook zijn.

Het goede nieuws? Juist hier ligt de sleutel tot versnelling. Niet door het probleem te versimpelen, maar door het samen beter te doorhebben. Door realistisch te zijn over tempo en risico’s, door inwoners serieus te betrekken, en vooral door samenwerking te organiseren als een gezamenlijke opgave — over domeinen, organisaties en belangen heen.
Of, om het nog één keer met Cruijff te zeggen: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

Misschien vind je dit ook interessant

Vanaf 1 januari 2027 zijn Jeugdregio’s verplicht om intensiever samen...
Geef uw nieuwe raad een goede start met deze introductie...

Wij helpen je verder

Maatschappelijke vraagstukken worden groter en de oplossingen complexer. Hoe creeër je maximale impact? Onze adviseurs denken graag met je mee!

Scroll to Top