Digitale kerstgroet

De feestdagen zijn een periode van terugblikken en vooruit kijken.

2020 was een bijzonder jaar voor ons: we vierden ons lustrum en werkten tegelijkertijd ook bijna alleen maar vanuit huis vanwege de COVID-maatregelen.

Dankzij de flexibiliteit van onze opdrachtgevers en samenwerkingspartners konden wij ons werk onverminderd voortzetten. Graag bedanken wij u voor het vertrouwen in ons het afgelopen jaar!

Wij wensen ons netwerk fijne feestdagen en kijken uit naar een prettige samenwerking in 2021 in goede gezondheid.

 

Columnreeks ontmoetingen: de wethouder

Ontmoetingen

Samenwerking kunnen we vanuit verschillende perspectieven bekijken: motieven, relaties, processen en vormen. Maar samenwerken is altijd mensenwerk. Wie maken en maakten in Nederland de samenwerking? In de serie ontmoetingen deelt adviseur Maarten Hageman herinneringen uit zijn jarenlange ervaringen met bestuurders, ambtenaren en adviseurs.

De wethouder

Mijn eerste wethouder was, wat je tegenwoordig zou noemen, een mensenmens. Dergelijke jeukwoorden bestonden toen echter nog niet: een wethouder was een wethouder. Punt. In onze hoogopgeleide universiteitsstad, waar de zogeheten tweede feministische golf goed had aangeslagen, namen steeds meer vrouwen deel aan het openbaar bestuur. Dat was een vanzelfsprekende ontwikkeling, al viel het op dat zij als wethouder vaak portefeuilles verzorgden die kwaadwillenden koppelden aan ‘vrouwelijke thema’s’ als zorg, welzijn, cultuur en onderwijs. Mijn wethouder ging inderdaad over zorg. Zij moest zich aan de collegetafel staande houden te midden van de mannetjesputters met ‘harde’ portefeuilles voor ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, economie, veiligheid en brandweer. De overheidssturing was gegrondvest op stevige juridische en financiële fundamenten. Er was een bijbehorende onverzettelijke organisatie waarin directies heer en meester waren in hun sectoren. Vanuit de Bestuurdienst bestookten wij, de ‘topjuristen’ die waakten over rechtmatigheid en integraliteit, deze koninkrijkjes met onze kanttekeningen en mede-adviezen.

Het toeval wilde dat dit robuuste systeem werd verstoord. Door regionale ontwikkelingen.  Het Rijk wees ons gebied aan tot een regio die moest uitgroeien tot een soort nieuwe provincie. Het was een heerlijke tijd voor juristen: je ontwerpt vast een structuur volgens de wettelijke voorschriften, en we zullen later wel zien welke taken erbij komen.

Eén van die taken was de openbare gezondheidszorg, die al netjes bij een regionale GGD was ondergebracht, maar waarvan de bestuursvorm en het werkgebied nu opeens ter discussie kwamen te staan. Het leidde tot verhitte gedachtewisselingen in het college, met allerlei pseudo-juridische wijsheden. Daarmee probeerden de mannetjesputters mijn wethouder elegant maar beslist de mond te snoeren.

Op een dag was de wethouder dat gekoketteer met wetsteksten beu en ze stoof rechtstreeks uit de collegekamer onze afdeling op. Haar vraag was duidelijk: of ze even ‘de wet’ kon inzien? We keken elkaar veelzeggend aan. Onze senior stond op het punt de wethouder – what’s in a name – hoogneuzig te wijzen op de hele kastenwand vol wet- en regelgeving voor de gemeentelijke overheid. Maar onze chef greep bijtijds in, en nam de wethouder even apart om haar te vragen wat ze precies nodig had.

Een paar dagen later kwam ik mijn wethouder tegen in de plaatselijke HEMA. Ik was er met de kinderwagen waarin mijn pasgeboren zoontje. De wethouder wilde me ongetwijfeld aanspreken over regionale samenwerkingsstructuren, maar wierp een blik in de kinderwagen, en ze smolt. En ik smolt voor mijn wethouder. We hebben het die dag niet meer gehad over wet- of regelgeving. Sommige zaken zijn nog mooier en belangrijker dan de governance in de regio.

Vanaf dat moment bood ik mijn juridische advies op een andere manier aan, uit respect voor bestuurders die (gelukkig) niet beschikten over juridische expertise. Proactief, met steeds weer diezelfde openingsvraag: wat heb je nodig?

Wethouders maken tegenwoordig de regionale samenwerking. Zorg, cultuur, welzijn, onderwijs, arbeidsmarkt, economie, bereikbaarheid, wonen, duurzaamheid: voor alle overheidsterreinen slaan ze de handen ineen. We komen onze wethouders tegen in de besturen van zogeheten verbonden partijen, waar we ze helpen met het ontrafelen van de rollen van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer. Inderdaad, daar is niets juridisch aan. Ook zonder formele structuren werken onze bestuurders steeds vaker samen, aan tafels of platforms waar ze maatschappelijke vraagstukken voor onze inwoners oplossen. Dan kijken we samen hoe we het thema verder kunnen helpen met het juiste samenspel van processen en samenwerkingsvormen. Waar nodig helpen we met een goede rechtsvorm, van mandaatbesluitje tot openbaar lichaam, en alles ertussen in.

Nooit, nooit beginnen we nog met een juridisch construct. En altijd, altijd wijzen we speciaal op de onderlinge relaties. Omdat goede samenwerking vooral mensenwerk is. Wist ook mijn eerste wethouder, te midden van haar mannetjesputters. Zo’n mensenmens voor wie zelfs een steile jurist door het vuur gaat. En smelt.

Auteur Maarten Hagemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Krachtige ESF+ samenwerking biedt one-stop-shop voor arbeidsmarktregio’s

PROOF Adviseurs, Nehem, ffiqs (beiden onderdeel van de PNO Groep) en Ecorys bundelen de krachten om arbeidsmarktregio’s optimaal te ondersteunen bij de ontwikkeling van projecten voor het nieuwe ESF+ programma.

ESF+ vraagt om brede inzet van kennis en ervaring
In de afgelopen periode hebben wij de ontwikkeling van het nieuwe ESF-programma op de voet gevolgd. Daarbij werd onder meer duidelijk dat de opzet en ontwikkeling van voorstellen door arbeidsmarktmarktregio’s vraagt om een brede kennis en ervaring met verschillende onderdelen van het arbeidsmarktbeleid. Hierbij kunt u denken aan onderzoek naar ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt, analyse van de regionale arbeidsmarkt-infrastructuur (rollen, mogelijkheden en samenhang van de betrokken organisaties), de financiering en het projectbeheer. Om de arbeidsmarktregio’s in de gelegenheid te stellen hun integrale ESF-vraag in één hand te houden hebben we een samenwerking opgezet van ervaren bureaus, die bij elkaar beschikken over alle noodzakelijke expertise en capaciteit.

Arbeidsmarktonderzoek door Ecorys
Voor Ecorys vormt arbeidsmarktonderzoek al sinds de oprichting een van de pijlers van haar expertise. Voor onder andere sectoren en branches, bedrijven, UWV, onderwijs, ministeries, gemeenten, provincies en de Europese Commissie creëert Ecorys inzicht in arbeidsmarktvraagstukken. Feiten, cijfers, percepties en analyses vormen de basis voor oplossingen die gericht zijn op bijvoorbeeld het tegengaan van moeilijk vervulbare vacatures, het ondersteunen van scholen bij de afstemming van het onderwijs op de vraag van de arbeidsmarkt en de versterking van de arbeidsmarktpositie van werkloos werkzoekenden en met ontslag bedreigde werknemers.

PROOF Adviseurs, specialist in publiek en publiek-private samenwerkingen
PROOF Adviseurs zijn ervaren specialisten in publieke en publiekprivate samenwerking. Al meer dan 100 gemeenten en daarnaast landelijke opdrachtgevers als VNG, SZW, BZK, VWS, Divosa en diverse sectoren hebben van de diensten van PROOF gebruik gemaakt. Op het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs, economie, sociaal domein en daarbuiten. Werkend vanuit een heldere visie op gezamenlijke agendavorming en op samen resultaten boeken als regionale partners: winwinwin. De experts van PROOF zijn bedreven in analyse, advies, project- en procesmanagement, verbindend in multistakeholderomgevingen. Zij beschikken over specifieke expertise ten aanzien van governance vraagstukken (bestuurlijk-juridisch solide organiseren). Waar ESF+ arbeidsmarktregio’s interessante kansen biedt om gezamenlijk extra acties te ondernemen om het hoofd te bieden aan de snel veranderende arbeidsmarkt zorgt PROOF  voor het snel en goed doorlopen van het gezamenlijke proces van inventarisatie en analyse tot en met proritering, concretisering en committering.

Nehem en ffiqs (voorheen actief onder de naam PNO Consultants) ondersteunen al tientallen jaren organisaties, overheden en publieke instellingen met het ontwikkelen van projecten en het verwerven en beheren van subsidies. De afgelopen jaren hebben zij met succes regionale overheden ondersteund en gezorgd voor een succesvolle uitvoering en afronding van een groot aantal ESF-projecten.

Een houdbaar ESF+ plan begint bij een goede oriëntatie 
Hoewel over sommige belangrijke onderdelen in Brussel en in Den Haag nog wordt vergaderd (zie ook dit artikel) is het belangrijk om als arbeidsmarktregio al over de invulling van de komende zeven ESF+ jaren te gaan nadenken. Het verdient aanbeveling om u daarbij breed te oriënteren. Immers, ESF+ wordt eenmalig voor meerdere jaren aaneengesloten aangevraagd dus de ESF+ strategie moet wel echt staan. Bent u nieuwsgierig geworden naar de gezamenlijke kracht die Ecorys, PROOF Adviseurs, Nehem en ffiqs u kunnen bieden op dit terrein? Neem dan contact met ons op voor een volledig vrijblijvende kennismaking.

Columnreeks ontmoetingen: de burgemeester

Ontmoetingen

Samenwerking kunnen we vanuit verschillende perspectieven bekijken: motieven, relaties, processen en vormen. Maar samenwerken is altijd mensenwerk. Wie maken en maakten in Nederland de samenwerking? In de serie ontmoetingen deelt adviseur Maarten Hageman herinneringen uit zijn jarenlange ervaringen met bestuurders, ambtenaren en adviseurs.

De Burgemeester

Mijn eerste burgemeester was, wat je tegenwoordig zou noemen, een leider. We schrijven omstreeks 1990. Het begrip bestuursstijlen bestond nog niet en bij leiderschap dachten we louter aan het leger of de scouting: iets met uniformen en bevelstructuren en dus ongeschikt voor een democratische overheid. De burgemeester in kwestie hield er een duidelijke visie op na en toonde in iedere situatie daadkracht. Een krachtige onderhandelaar, gezaghebbend maar ook onvoorspelbaar en gevreesd. Een mannetjesputter, heette dat destijds.

Gemeentelijke samenwerking was het werkterrein van vooral burgemeesters. In het nog monistische systeem waren de wethouders vergroeid met plaatselijke belangen en eigen fracties, dus was samenwerking iets voor burgemeesters. De heren – want er waren nog nauwelijks vrouwelijke burgemeesters – ontmoetten elkaar aan de bestuurstafels bij politie en brandweer of in hun voorname kring. Dan werd met distinctie gesproken over het lokale gedoe, terwijl sigarenrook omhoog kringelde naar de kroonluchters. Hoffelijk wenste men elkaar veel sterkte bij het rumoer rondom ieders dorpspomp thuis.

Toen rijk en provincies aandrongen op meer regionale samenwerking, waren het uiteraard de burgemeesters die in actie kwamen. Ook die van mij nam deze natuurlijke rol als vanzelf op zich. Hij had de boodschap snel klaar: laten we eerst eens beginnen met het strakker organiseren van de burgemeesterskring. Onder zijn leiding, uiteraard. Hij wist ook de gewenste samenwerkingsvorm: een openbaar lichaam van burgemeesters. Aan mij de opdracht dat uit te werken in een gemeenschappelijke regeling.

Nadat de pers lucht kreeg van deze ontwikkeling, bestookten kritische journalisten ons met vragen over het democratische gehalte van dit burgemeestersclubje. Daar wisten wij juristen wel raad mee: het betrof hier een wettelijk bevoegdheid van burgemeesters, en als de gemeenteraad ermee instemde, dan was het openbaar lichaam dus democratisch. Punt. Het was de tijd waarover bestuurskundigen later zouden opmerken dat de overheid zich vooral druk maakte over rechtmatigheidsvragen.

Je moet er nu niet meer aan denken: een samenwerkingsstructuur starten zonder een inhoudelijk motief of een maatschappelijk vraagstuk. Tegenwoordig beginnen we met een uitgebreide verkenning van thema’s, partijen, belangen en posities. Iedere samenwerking kent zo zijn eigen aandachtpunten. Met maatwerk ontwikkelen we samen de goede vormen en processen.

Waar bleven de samenwerkende burgemeesters? Het dualisme vergrootte de afstand tussen gemeenteraad en college, en het aantal onderwerpen waarvoor gemeenten gingen samenwerken groeide en groeide. Deze ontwikkelingen maakten dat wethouders steeds meer een rol innamen in de samen­werking. Voor burgemeesters restte ogenschijnlijk nog het eigen wettelijke samenwerkingsterrein, de openbare orde en veiligheid.

De Gemeentewet draagt echter nog altijd de burgemeester op om toe te zien op een goede samenwerking met andere gemeenten en overheden. Burgemeesters pakken die rol nog steeds, zeker wanneer ze de portefeuille personeel en organisatie beheren. We zien ze ook steeds vaker acteren in allerlei platforms voor regionaal-strategisch vraagstukken: de Economic Board, Regiegroep, Agendacommissie etcetera.

Netwerken en verbinden staan tegenwoordig centraal in de bestuursstijl van burgemeesters. Die competenties zien we opvallend vaak terug op de wensenlijstjes van de profielschetsen voor nieuwe burgemees­ters, zeker die van centrumgemeenten van succesvolle regio’s, zoals Regio Zwolle en Brainport Eindhoven. Burgemeesters moeten tegenwoordig zo’n beetje alles kunnen en ze dienen beslist ook te beschikken over moderne kwaliteiten als bruggenbouwer, toegankelijk, open en communicatief: niet toevallig stuk voor stuk persoonskenmerken die noodzakelijk zijn voor gemeentelijke samenwerking.

Mijn eerste burgemeester loodste beslist en met vaste hand de nieuwe samenwerking langs colleges en gemeenteraden, om vervolgens als voorzitter de regio verder te helpen. Van onze burgemeesters wordt nog altijd hetzelfde kunstje verwacht, maar nu ‘vanuit de inhoud’, netwerkend, van onderop, empathisch, verbindend en responsief. Mannetjesputter werd bruggenbouwer; het Burgemeestersclubje een Bestuurlijk Platform. Oude wijn in nieuwe zakken. Alleen de sigarenrook is definitief verdwenen. Dat dan weer wel.

Auteur Maarten Hageman

 

 

 

 

Verhouding gemeenschappelijke regeling en dienstverlenings overeenkomst

Steeds vaker krijgen wij als samenwerkingsexperts de vraag wat de verhouding is tussen een gemeenschappelijke regeling en de ook wel bekende dienstverleningsovereenkomst. Dit was ook het geval bij een vraagstuk omtrent de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreken, waarin wij gezamenlijk met Pels Rijcken een eenduidig advies opleverden over de verhouding tussen deze beide documenten.

Samenwerking is een complex samenspel van personen, rollen en belangen. Het is bij samenwerking dan ook van belang dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende rollen en het goed beleggen en verankeren daarvan. Rollenscheiding draagt onder meer bij aan een efficiënte en effectieve realisatie van doelstellingen en het creëren van optimale sturing, invloed en zeggenschap. Bij vormgeving van samenwerking wordt er vaak onderscheid gemaakt tussen drie rollen: eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer.

Bestuurlijke samenwerking

De gemeenschappelijke regeling is een vorm van bestuurlijke samenwerking, die mede tot uiting komt in gezamenlijk eigenaarschap van de deelnemende partijen. Eigenaarschap richt zich met name op de instandhouding van de organisatie, de kaders voor het functioneren, stabiliteit en continuering van de samenwerking op zowel korte als langere termijn. Naast de rol van eigenaar is het ook belangrijk om de rol van opdrachtgever goed te duiden, waarbij een opdrachtgever zich specifiek richt op de taakuitoefening door de organisatie als opdrachtnemer. Denk hierbij onder mee aan kwaliteitsafspraken en verantwoordingsafspraken.

Opdrachtverlening

In de praktijk kan het voorkomen dat deelnemende partijen bevoegdheden overdragen aan het bestuur van het openbaar lichaam of dat ze taken verlenen via mandaat aan niet-ondergeschikten. Bij veel gemeenschappelijke regelingen die met mandaat werken wordt dit dan ook in een dienstverleningsovereenkomst uitgewerkt (al dan niet in combinatie met bijv. een dienstverleningshandvest dat dan bijvoorbeeld als algemene voorwaarden dient). Die dienstverleningsovereenkomst is dan dus een nadere uitwerking van de afspraken in de gemeenschappelijke regeling en het mandaatbesluit. In feite heeft mandaatverlening veel weg van opdrachtverlening en kan het gezien worden als een vorm van dienstverlening.

Uiteindelijk blijft het een bestuurlijke afweging of partijen een dienstverleningsovereenkomst afsluiten naast de gemeenschappelijke regeling (meerpartijen overeenkomst). Voor het beantwoorden van vragen als: ‘is een DVO noodzakelijk bij een bestuurlijke samenwerking’ of ‘wat is het nut van een DVO’, helpen wij u graag. Aarzel niet om contact op te nemen met één van onze adviseurs.

Auteur: Maartje de Rond